/

Bepaalt of bepaald: zo schrijf je het altijd goed

Bepaalt of bepaald: zo schrijf je het altijd goed

Bent u onzeker of u bepaalt of bepaald moet gebruiken? Dit is een veelvoorkomende Nederlandse spelfout. Gelukkig is de spellingregel heel logisch en eenvoudig toe te passen als u weet waar u op moet letten.

U schrijft bepaalt met een -t als het gaat om een tegenwoordige tijd: bij ‘hij’, ‘zij’, ‘het’, ‘u’ en ‘jij’ (in dat laatste geval alleen als dit voor het werkwoord komt).

U schrijft bepaald met een -d als het gaat om een voltooid deelwoord, of als het als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. Met deze basisregel voorkomt u meteen slordige spelfouten in uw teksten.

Wanneer kiest u bepaalt met een t

De spelling met -t wordt gebruikt als het de tegenwoordige tijd betreft: de stam van het werkwoord (bepaal) + -t. Dit gebeurt wanneer het zinsdeel dat het onderwerp is in de derde persoon staat, of in de tweede persoon als je/jij voor het vervoegde werkwoord komt.

Kijk eens naar enkele voorbeeldzinnen:

  • Mijn baas bepaalt wat er vandaag gebeurt.
  • Wie bepaalt de toekomstige koers van het bedrijf?
  • Je bepaalt zelf hoe laat je vanavond gaat.

U kunt deze regel makkelijk controleren met het werkwoord “loopt”. Als u een -t hoort, dan schrijft u bepaalt met een -t. We zeggen: “mijn baas loopt” en dus schrijven we ook: “mijn baas bepaalt”.

Wanneer bepaald een d moet hebben

De spelling met -d wordt gebruikt als we het hebben over een voltooid deelwoord. Dit betekent dat de handeling al heeft plaatsgevonden. In dezelfde zin zal er vrijwel altijd een hulpwerkwoord staan zoals ‘hebben’ of ‘zijn’.

Enkele duidelijke voorbeelden zijn de volgende:

  • We hebben de datum van de verhuizing gisteravond bepaald.
  • Het lot heeft het in dit geval anders bepaald.

Verder gebruikt u de vorm met een -d als het woord iets zegt over een eigenschap of hoedanigheid van iets. Dit wordt een bijvoeglijk naamwoord genoemd:

  • Op een bepaald moment wist ik het zeker.
  • Hier gelden bepaalde regels voor.

Omdat u de verbogen vorm met een -d uitspreekt (“bepaalde”), komt deze -d ook terug in het korte “bepaald”.

De handige tip met t kofschip

Twijfelt u nog of een voltooid deelwoord een -d of een -t krijgt? Gebruik dan t kofschip (of t fokschaap) om te helpen bij de spelling van de verleden tijd en het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden.

Neem de infinitief van het werkwoord: bepalen. Haal er -en af, dan heeft u de stam: bepaal. De laatste letter van de stam is een -l. De letter -l behoort niet tot t kofschip, dus schrijft u bepaald met een -d. Op de website van Genootschap Onze Taal wordt de vervangingsregel nog steeds als de beste optie beschouwd om de spelling bij twijfel te bepalen.

Nieuwsgierige taalregels en bijzondere woorden

Die zijn er veel in onze taal. U kunt woorden tegenkomen voor heel specifieke omstandigheden (zoals een isogram waarbij een bepaalde letter maar één keer voorkomt). Dat hoort natuurlijk bij een ander tak van sport, maar het laat wel zien hoe speels het Nederlands kan zijn.

Ook hebben we in onze gesproken taal veel werkwoorden die we verkeerd spellen of waarvan we de achtergrond nauwelijks kennen. Denk aan spreektaal, zoals het gebruik van de betekenis van meuren, die vaak in informele gesprekken worden gebruikt. Dat is zowel stinken als slapen. Of u ze nu met een t of d spelt, of een woord correct spelt, uiteindelijk maken een correcte spelling en gebruik uw teksten overtuigender, of het nu in grammatica of op straat is.

Snelle tests zonder stress

Heeft u twijfels als u een e-mail of rapport en dergelijke schrijft? Gebruik dan de regel van vervanging met het werkwoord lopen en doe gewoon een test! Het kost minder dan twee seconden en bespaart veel stress en spelfouten.

U houdt simpelweg het volgende in gedachten: ‘hij bepaalt’ wordt ook met een t geschreven zoals ‘hij loopt’. ‘Hij heeft het bepaald’ is een voltooid deelwoord zoals ‘hij heeft gelopen’. Dus als u dit onthoudt, maakt u voortaan nooit meer een fout.

Veelgestelde vragen over bepaalt of bepaald

Wanneer schrijft u bepaalt met een t?

U schrijft bepaalt met een -t wanneer het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat. Dit geldt bij onderwerpen zoals hij, zij, het en u. Ook bij jij of je schrijft u een -t wanneer het onderwerp vóór het werkwoord staat. Voorbeelden zijn: “Hij bepaalt de planning” en “Je bepaalt zelf wat je doet.”

Wanneer schrijft u bepaald met een d?

U schrijft bepaald met een -d wanneer het een voltooid deelwoord is. Vaak staat er dan een hulpwerkwoord zoals hebben of zijn in de zin. Voorbeelden zijn: “We hebben de datum bepaald” en “Het lot heeft anders bepaald.”

Kan bepaald ook een bijvoeglijk naamwoord zijn?

Ja, bepaald kan als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt. Het woord zegt dan iets over een zelfstandig naamwoord. Voorbeelden zijn: “Op een bepaald moment” en “Onder bepaalde voorwaarden.”

Hoe controleert u snel of bepaalt met een t wordt geschreven?

Vervang het werkwoord bepalen door lopen. Schrijft u in de zin “loopt” met een -t, dan schrijft u ook “bepaalt” met een -t. “Mijn baas loopt” wordt bijvoorbeeld “Mijn baas bepaalt.”

Waarom wordt het voltooid deelwoord bepaald met een d geschreven?

De stam van bepalen is bepaal. De laatste letter van de stam is een l. Deze letter staat niet in ’t kofschip. Daarom eindigt het voltooid deelwoord op een -d: bepaald.

Wat is het verschil tussen hij bepaalt en hij heeft bepaald?

In “hij bepaalt” staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd en schrijft u een -t. In “hij heeft bepaald” is bepaald een voltooid deelwoord en schrijft u een -d.