Is het “vind je” of “vindt je”? Je schrijft vind je zonder -t als ‘je’ het onderwerp is en achter het werkwoord staat. Staat ‘je’ vóór het werkwoord, dan schrijf je je vindt met -dt. Met een paar eenvoudige regels en trucjes bepaal je altijd de juiste spelling.
Waarom schrijf je ‘vind je’ zonder ’t’?
Dit hangt af van de plaats van het onderwerp. Als ‘je’ of ‘jij’ het onderwerp is en achter de persoonsvorm staat, vervalt de -t en gebruik je alleen de stam van het werkwoord. Dit is vastgelegd in de Nederlandse grammatica. Zie de volgende voorbeelden:
- Vind je dat een goede film?
- Hoe vind je dat het gegaan is?
Als ‘je’ of ‘jij’ vóór het werkwoord staat, krijgt de stam wel een -t: je vindt. Dit geldt ook voor vergelijkbare werkwoorden waarbij je bepaalt of bepaald gebruikt.
De handige ‘lopen’-truc als geheugensteuntje
De makkelijkste manier om de spelling te controleren is door ‘vinden’ te vervangen door ‘lopen’ of ‘denken’. Je hoort dan direct of er een -t achter de stam hoort:
- Vind/vindt je dat leuk? => Loop je dat leuk? => Geen -t hoorbaar => vind je.
- Je vind/vindt dat leuk => Je loopt dat leuk => Wel een -t hoorbaar => je vindt.
- Vind/vindt u dat leuk? => Loopt u dat leuk? => Wel een -t hoorbaar => vindt u.
Wanneer schrijf je ‘vindt je’ met een ‘dt’?
Je schrijft ‘vindt’ met -dt als ‘je’ geen onderwerp is, maar een bezittelijk voornaamwoord (vervangbaar door ‘jouw’) of een lijdend voorwerp (vervangbaar door ‘jou’). Het feitelijke onderwerp staat dan in de derde persoon enkelvoud (hij, zij of het), waardoor het werkwoord stam + t krijgt:
- Vindt je moeder dat oké? => Het onderwerp is ‘je moeder’ (zij). Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jouw’.
- Hij vindt jou erg aardig. => Het onderwerp is ‘hij’. Je kunt ‘je’ vervangen door ‘jou’.
- Vindt je hond het koud buiten? => Het onderwerp is ‘je hond’ (hij).
En hoe zit het met de andere vormen van ‘vinden’?
Voor de overige vormen in de tegenwoordige tijd gelden deze vaste regels:
- Eerste persoon (ik): Altijd alleen de stam. Dus: ik vind.
- Beleefdheidsvorm (u): Altijd stam + t, ongeacht de positie. Dus: u vindt en vindt u.
- Gebiedende wijs: Alleen de stam in het enkelvoud. Dus: “Vind je ideale partner!”.
De spellingsregels voor ‘d’ en ‘dt’ zijn vastgesteld bij de spellinghervorming van 1947 en herzien in 1995 en 2005. Sindsdien zijn deze regels voor werkwoorden niet meer gewijzigd.
Veelgestelde vragen over vind je of vindt je
Is het vind je of vindt je?
Het is bijna altijd ‘vind je’ zonder -t als ‘je’ of ‘jij’ het onderwerp is en achter het werkwoord staat. Je schrijft alleen ‘vindt je’ als ‘je’ een bezittelijk voornaamwoord is (vervangbaar door ‘jouw’), zoals in ‘Vindt je vader dat ook?’.
LockHoe werkt de loopproef bij vind je?
Vervang het werkwoord ‘vinden’ door ‘lopen’ of ‘denken’. Je hoort dan meteen of er een -t achter moet: ‘loop je’ heeft geen -t, dus ‘vind je’ krijgt ook geen extra letter.
Waarom schrijf je je vindt wel met -dt?
Als het onderwerp ‘je’ of ‘jij’ vóór de persoonsvorm staat, krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd altijd de uitgang stam + t. Daarom spel je ‘je vindt’.
Moet er een t achter u vindt?
Ja, bij de formele beleefdheidsvorm ‘u’ krijgt het werkwoord altijd een -t achter de stam, zowel bij ‘u vindt’ als bij ‘vindt u’.

